| |
 | Orde | : | Zangvogels (Passeriformes) |  | Familie | : | Gorzen (Emberizidae) |  | Lengte | : | 15 tot 17 cm |  | Geluid | : | |  | Biotoop | : | |  | Periode | : | |  | Aantal broedparen | : | Mogelijk enkele |  | Bijzonderheden | : | De ortolaan staat op de rode lijst. | |
|
Kenmerken | De bovenzijde is donker gestreept en gevlekt |  |
De onderzijde is roze van kleur |  |
Het mannetje heeft een grijze kop |  |
Het mannetje heeft een gele keel, een gele snorstreep en een gele oogring |  |
Het vrouwtje is minder helder gekleurd dan het mannetje |
| | |  |
Omschrijving
Behalve aan de grijze kop is het mannetje van de ortolaan ook goed te herkennen aan de zang, die wordt voorgedragen vanaf een hoge zangpost of tijdens een zangvlucht. De ortolaan lijkt sterk op de grijze gors, maar is hiervan te onderscheiden door het ontbreken van zwarte strepen op de kop.
De ortolaan was een eeuw geleden plaatselijk nog een vrij algemene broedvogel, maar door het grootschaliger worden van de landbouw broeden tegenwoordig nog hooguit enkele paartjes in Nederland. De vogel komt nog wel voor in grote delen van Europa en doet tijdens de trek ook Nederland aan. Ook in veel andere landen van Europa is de ortolaan grotendeels verdwenen, de kleinschalige landbouwgebieden van Zuidoost-Europa vormen tegenwoordig het belangrijkste broedgebied.
|