| |
 | Orde | : | Pleviervogels (Charadriiformes) |  | Familie | : | Meeuwen (Laridae) |  | Lengte | : | 63 tot 68 cm |  | Geluid | : | |  | Biotoop | : | |  | Periode | : | |  | Aantal broedparen | : | Geen | |
|
Kenmerken | Het verenkleed is 's zomers wit met een lichtgrijze rug |  |
De vleugels reiken tot net voorbij de staart |  |
De vleugelpunten zijn geheel wit |  |
In het winterkleed is de kop voorzien van donkere strepen |  |
De snavel is fors en geel van kleur |  |
De ogen zijn geel en klein |
| | |  |
Omschrijving
De grote burgemeester lijkt op de kleine burgemeester, maar is duidelijk groter en heeft een minder ronde kop. Verder is het oog van de grote burgemeester kleiner, en reiken de punten van de opgevouwen vleugels minder ver voorbij de staart. In het zomerkleed is de kop geheel wit, maar in de winter zijn donkere strepen zictbaar.
De grote burgemeester is een agressieve alleseter, die voor voedsel ook andere vogels doodt, soms zelfs in de vlucht. Broeden doet de vogel langs noordelijke rotskusten en eilanden, meestal in de buurt van een grote kolonie zeevogels. De noordelijke kusten van de Atlantische Oceaan vormt het belangrijkste overwintergebied, maar de vogel laat zich 's winters soms ook langs de kusten van de Noordzee zien.
|