| |
 | Orde | : | Zangvogels (Passeriformes) |  | Familie | : | Klauwieren (Laniidae) |  | Lengte | : | 16 tot 18 cm |  | Geluid | : | |  | Biotoop | : | |  | Periode | : | |  | Aantal broedparen | : | Enkele honderden |  | Toename of afname | : | Sterke toename |  | Bijzonderheden | : | De grauwe klauwier staat op de rode lijst. | |
|
Kenmerken | De snavel heeft een haakvormige punt |  |
Het mannetje heeft een grijze kop met een brede, zwarte oogstreep |  |
Het vrouwtje heeft een grijsbruine kop en een bruine oogstreep |  |
De rug van het mannetje is roodbruin |  |
De rug van het vrouwtje is minder opvallend bruin van kleur |  |
De onderzijde van het mannetje is egaal wit met een roze tint |  |
Het vrouwtje heeft een grijsbruine schubtekening op de borst en op de flanken |
| | |  |
Omschrijving
Door de grijze kop, de roodbruine rug en de zwarte oogstreep is het mannetje van de grauwe klauwier een opvallende en goed herkenbare vogel. Hoewel het verenkleed van het mannetje en het vrouwtje sterk van elkaar verschillen, is ook het vrouwtje een goed te herkennen vogel.
De grauwe klauwier jaagt vanaf een hoge uitkijkpost, meestal rechtop zittend in de top van een struik, maar soms ook biddend in de lucht. Het voedsel van de grauwe klauwier bestaat voornamelijk uit grote insecten zoals kevers, sprinkhanen en libellen, maar ook kleine dieren zoals muizen worden gegeten. De vogel spietst zijn prooien vaak vast op de doorns van struiken. In Nederland is de grauwe klauwier als broedvogel zeldzaam geworden. In de winter trekt de vogel weg om te overwinteren in Afrika.
|