| |
 | Orde | : | Reigerachtigen (Ciconiiformes) |  | Familie | : | Reigers (Ardeidae) |  | Lengte | : | 70 tot 90 cm |  | Geluid | : | |  | Biotoop | : | |  | Periode | : | |  | Aantal broedparen | : | Minder dan 500 |  | Toename of afname | : | Toename |  | Bijzonderheden | : | De purperreiger staat op de rode lijst. | |
|
Kenmerken | De bovenzijde is donkergrijs van kleur |  |
De vleugeldekveren hebben een roodbruine tint |  |
De kop en de hals zijn roodbruin met dunne, zwarte lengtestrepen |  |
De hals is lang en erg dun |  |
De snavel is stevig en lang |
| | |  |
Omschrijving
De purperreiger is iets kleiner dan de in Nederland algemeen voorkomende blauwe reiger en is vooral te onderscheiden door het donkere verenkleed. Van dichtbij vallen de donkere lengtestrepen in de hals op. Ook in de vlucht is de vogel goed te herkennen aan het donkere verenkleed, maar ook door de vleugelslag, die duidelijk trager is dan de vleugelslag van de blauwe reiger.
In tegenstelling tot de blauwe reiger leeft de purperreiger voornamelijk verborgen in moerassen en rietvelden en laat zich maar zelden zien. De vogel broedt niet in bomen, maar bouwt het nest op oud riet. In Nederland komt de purperreiger alleen voor in een paar natuurgebieden met uitgestrekte rietvelden, waar ook bomen zoals wilgen en elzen groeien. De populatie purperreigers neemt de laatste decennia weer toe, nadat de aantallen jarenlang achteruit waren gegaan. De belangrijkste reden voor deze toename zijn speciale projecten waarbij natuurgebieden zijn aangepast aan de specifieke wensen van deze reigersoort. Hierbij wordt vooral rekening gehouden met het feit dat purperreigers voor hun voedsel sterk afhankelijk zijn van nabij gelegen, vochtige, agrarische gebieden.
|