| |
 | Orde | : | Zangvogels (Apodiformes) |  | Familie | : | Gierzwaluwen (Apodidae) |  | Lengte | : | 17 tot 19 cm |  | Geluid | : | |  | Spanwijdte | : | 40 tot 44 cm |  | Biotoop | : | |  | Periode | : | |  | Aantal broedparen | : | 30.000 tot 60.000 | |
|
Kenmerken | Het verenkleed is donkergrijs van kleur |  |
De keel is lichter van kleur |  |
De snavel is kort maar erg breed |  |
De vleugels zijn erg lang en sikkelvormig |  |
De staart is kort en gevorkt |
| | |  |
Omschrijving
De gierzwaluw lijkt op een zwaluw, maar behoort niet tot de vogelfamilie van de zwaluwen. De vogel onderscheidt zich onder meer van zwaluwen door de langere vleugels en door een andere manier van vliegen.
De vogels broeden meestal op gebouwen in steden, maar zoeken het voedsel voor de jongen tot op enige honderden kilometers van het nest. Door de lange vleugels is de gierzwaluw erg wendbaar en in staat om snelheden tot 160 kilometer per uur te halen. Het voedsel bestaat uit insecten die al vliegend gevangen worden, drinken doet de vogel door al vliegend regendruppels uit de lucht te happen.
De wetenschappelijke naam van de gierzwaluw is Apus apus, wat 'zonder poten' betekend, de poten van de gierzwaluw zijn dan ook nauwelijks ontwikkeld. De poten worden ook nauwelijks gebruikt, want behalve tijdens de broedperiode verblijft de gierzwaluw voortdurend in de lucht. De nacht wordt zwevend doorgebracht op een hoogte van enkele kilometers. De gierzwaluw is één van de weinige vogels die zelfs in de lucht paren.
|