| |
 | Orde | : | Zangvogels (Passeriformes) |  | Familie | : | Vliegenvangers (Muscicapidae) |  | Lengte | : | 12 tot 14 cm |  | Geluid | : | |  | Biotoop | : | |  | Periode | : | |  | Aantal broedparen | : | Ongeveer 15.000 |  | Toename of afname | : | Lichte toename | |
|
Kenmerken | De bovenzijde is grijsbruin tot zwart van kleur |  |
De onderzijde is wit |  |
Het voorhoofd is wit |  |
Op de vleugels bevindt zich een grote, witte vlek. |
| | |  |
Omschrijving
Net als de grauwe vliegenvanger zit ook de bonte vliegenvanger vaak in een rechtopzittende houding op een open uitkijkpost van waaruit op insecten gejaagd wordt. De vogel vliegt op om langsvliegende insecten te vangen en keert vervolgens weer terug op het vertrekpunt.
De bonte vliegenvanger komt in Nederland voor als een zeldzame broedvogel. In het voorjaar trekken echter veel vogels vanuit het noorden door Nederland naar tropisch Afrika. Deze vogels zijn te onderscheiden door de bijna zwarte rug, terwijl de in Nederland en omgeving broedende vogels meer een donkerbruin verenkleed hebben. De bonte vliegenvanger broedt in holen, maar bij gebrek aan geschikte plekken doen ook nestkasten dienst als nestgelegenheid.
|